maandag 31 maart 2014

Een voorbijganger.


Simon van Cyrene komt de stoet die op weg is naar Golgotha tegen. Hij komt van het land en wil de stad ingaan terwijl de soldaten en het volk de stad uitgaan om Jezus en nog twee misdadigers te kruisigen. De soldaten presten Simon om het kruis van Jezus te dragen omdat Jezus leek te bezwijken onder de last ervan. Simon zal dit ook wel gezien hebben maar wilde daar zo snel mogelijk van weglopen, de stad in, naar huis. Daarin verschilt hij niet van ons, mensen van de 21e eeuw. Hoe dikwijls kijken wij de andere kant op en willen we niet het leed van onze medemens op onze schouders nemen om mee te helpen dragen?

In onderstaand lied van Jan Wit (NLB 649) gaat het ook over een Simon (bijgenaamd Petrus). Maar in die Simon worden we allemaal aangesproken en bevraagd. Niet om geprest te worden, zoals Simon van Cyrene, maar om Hem te volgen uit liefde.

O Heer, blijf toch niet vragen.
Gij weet dat ik U haat,
dat ik geen kruis wil dragen,
niet gaan waarheen Gij gaat.
O Heer, blijf toch niet vragen.

O Heer, heb mededogen.
Vraag toch niet weer. Gij weet
dat ik U steeds verloochen,
dat ik U steeds vergeet.
O Heer, heb mededogen.

Gij vraagt ten tweeden male.
Gij, Herder, spreekt zo zacht
van schapen die verdwalen
en kermen in de nacht.
Gij vraagt ten tweeden male.

Heer, blijf mij niet ontroeren.
Ik stond wel voor U klaar,
als ik een zwaard mocht voeren;
maar dit is mij te zwaar.
Heer, blijf mij niet ontroeren.

Ten derden male vraagt Gij.
Gij laat niet van mij af.
Mijn haat, mijn opstand draagt Gij,
begraaft ze in uw graf.
Ten derden male vraagt Gij.

Gij weet toch alles, Here.
Ik heb U lief. Gij weet:
liefde zal mij verteren,
zelfs als ik U vergeet.
Gij weet toch alles, Here.

O Heer, vraag altijd verder.
Uw liefde triomfeert.
Huurlingen worden herder.
Het offerlam regeert.
O Heer, vraag altijd verder.

                                                                                         Jos deTroije

vrijdag 28 maart 2014

Jezus: Zoon van?

Luik (of Liège) is een drukke stad.
Zoek je daar stilte, dan moet je een kerk in gaan.
Als je de Cathédrale Saint-Paul de Liège binnen gaat,
kom je in een heel grote, stille ruimte terecht.
In zo’n oude Katholieke kerk is veel te zien.
Door langer te kijken ontdek je steeds meer details.
En je realiseert je ook dat iedereen daardoor vanzelf stil is.
In één van de ramen zie je een kleine Jezus op schoot bij Maria,
maar Hij heeft wel duidelijk overwicht op alles en iedereen om Hem heen.
Net als in het bijbelgedeelte naar Matteüs 22: 41-46… 
Zó wijs, dat geen farizeeër hem meer een vraag durfde te stellen!

Het staat buiten kijf dat Maria Jezus’ moeder was.
Maar de vraag was, en is, wie Jezus’ vader was: David? God? Jozef?




Heleen en Erik Jacobs

woensdag 26 maart 2014

theologisch debat

Mattheus 22:41-46

In dit stuk vinden we niks van  ‘stilte-zoeken’.
Jezus zoekt hier de confrontatie.
Farizeeën, sadduceeën, schriftgeleerden, zij hebben ervoor doorgeleerd. Zij zijn normaal gesproken niet vies van een theologisch debatje.  Maar jammer voor hen, zij delven hier het onderspit en druipen af met de staart tussen de benen.
Maar waarom allemaal, waarvoor?
Ik zou me ook terugtrekken. Tegen  zoveel verbaal geweld kan niemand op.

Waar gaat het hier nu eigenlijk om? Om een theologisch dispuut?

Ik geloof er niks van.
Jezus wil ze eens goed op hun nummer zetten en een toontje lager laten zingen.




Zondag  30 maart:  zondag ‘ Laetare’.
 Verheug U, wees blij en vrolijk, want we zijn onderweg naar Pasen.


Vraag:  wat is er verkeerd aan een stevig theologisch debat?
Antwoord:  niets, maar meestal word je er niet blij en vrolijk van.




Groet, Jo Kodde

dinsdag 25 maart 2014

de Farizeeën


Wat zien we hier in de ogen van deze weinig vreugde vertonende  Farizeeën ?  Verontwaardiging,  afgunst , onbegrip, woede ?  



Bert Zanting